Wie niet leren wil, moet voelen. De verbeurdverklaring van het voertuig bij rijden spijts verval.

Het Parlement keurde op 30 januari 2026 de wet goed tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, wat de verbeurdverklaring van het voertuig bij rijden spijts verval betreft.

Dat is dus de toewijzing van uw voertuig aan de Staat….

In artikel 50, § 2, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

“Hij beveelt de verbeurdverklaring van het voertuig wanneer de bestuurder wordt veroordeeld voor een overtreding zoals bedoeld in artikel 48, indien het voertuig eigendom is van de dader van het misdrijf. Indien hij verkiest om deze sanctie niet op te leggen, motiveert hij zijn beslissing uitdrukkelijk.”

waar artikel 50 voordien bepaalde dat:

§ 1. De rechter kan tijdelijke immobilisering van het voertuig bevelen in alle gevallen waarin tijdelijk verval van het recht tot het besturen van een voertuig als straf wordt uitgesproken. Immobilisering mag voor geen langere duur dan die van het tijdelijk verval van het recht tot sturen worden uitgesproken.

Indien het voertuig geen eigendom is van de dader van het misdrijf, kan de rechter de immobilisering van het voertuig slechts bevelen indien de eigenaar van het voertuig veroordeeld wordt voor een overtreding als bedoeld in de artikelen 32, 37, 2°, 37bis, § 1, 3°, of 49.

§ 2. Hij kan verbeurdverklaring van het voertuig bevelen wanneer het verval levenslang is of ten minste drie maanden bedraagt, zo het voertuig eigendom is van de dader van het misdrijf.

Indien het voertuig geen eigendom is van de dader van het misdrijf, kan hij niettemin de verbeurdverklaring van het voertuig bevelen indien de eigenaar van het voertuig veroordeeld wordt voor een overtreding zoals bedoeld in de artikelen 32, 37, 2°, 37bis, § 1, 3°, of 49.

Politierechters beschikten dus al over de mogelijkheid om de verbeurdverklaring van de wagen van een overtreder uit te spreken indien het ging om de eigenaar van het voertuig die het hem opgelegde rijverbod negeerde. Dat gebeurde al, soms na een (lange) immobilisatiemaatregel.

Het is echter de bedoeling dat politierechters in de toekomst in dat soort gevallen de verbeurdverklaring uitspreken tenzij hij zijn beslissing tot weigering uitdrukkelijk motiveert.

Er wordt uitdrukkelijk voorzien in uitzonderingsgronden voor de rechter. Wanneer de rechter, rekening houdend met de omstandigheden oordeelt dat een verbeurdverklaring tot een onredelijke straf zou leiden kan hij daarvan afwijken.

En wat als de overtreder niet de eigenaar van het voertuig is? Dan kan het voertuig op grond van artikel 50, § 2 ook verbeurd verklaard worden… De politierechtbank zal de maatregel in ieder geval dan toetsen aan de beginselen van proportionaliteit en redelijkheid.

Een verschil tussen moeten en kunnen.

Het opzettelijk beschadigen of verduisteren van het elektronisch toezichtsmateriaal… over vluchten en herroepen

De wet van 19 december 2025 houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden en van de beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en betreffende het afnemen van drugtesten in de gevangenis en de herroeping van het elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 6 januari 2026 en treedt uiterlijk op 1 mei 2026 in werking.

Het doorknippen en / of saboteren van een enkelband wordt voortaan strafbaar gesteld en gezien als een ontvluchting. Het ter beschikking gestelde materiaal kan immers worden gesaboteerd om een ontvluchting te bewerkstellingen en zich te onttrekken aan de uitvoering van een rechterlijke beslissing of een beslissing van een penitentiaire administratie.

Artikel 64 van de Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een gevangenisstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten omvat de gronden op basis van dewelke toegekende strafuitvoeringsmodaliteiten kunnen worden herroepen, o.a. wanneer de veroordeelde een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden of wanneer de opgelegde bijzondere voorwaarden niet worden nageleefd of wanneer de veroordeelde geen gevolg geeft aan de oproepingen van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank enz.

Daaraan wordt een nieuw artikel 64/1 gevoegd, nl. ingeval de veroordeelde het elektronisch toezichtsmateriaal opzettelijk heeft beschadigd of verduisterd.

Naast de daarop gestelde strafbaarstelling, betreft het voortaan een verplichte herroepingsgrond.

De appreciatiemarge die in geval van artikel 64 wordt geboden aan het openbaar ministerie om de zaak in functie van de individualiteit van de zaak al dan niet aanhangig te maken en dezelfde appreciatiemarge die aan de strafuitvoeringsrechter of, in het voorkomend geval de strafuitvoeringsrechtbank wordt geboden om te beslissen tot een schorsing, herziening of herroeping van het elektronisch toezicht wordt uitgesloten. De veroordeelde zal, in geval van herroeping, onmiddellijk opnieuw worden opgesloten.

Ontsnapping van gedetineerden voortaan strafbaar, tenzij…

De wet van 19 december 2025 houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden en van de beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en betreffende het afnemen van drugtesten in de gevangenis en de herroeping van het elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 6 januari 2026 en treedt uiterlijk op 1 mei 2026 in werking.

Ons strafrecht kende – in tegenstelling tot vele andere landen – geen strafbaarstelling van de ontsnapping van gevangenen. De gedetineerde kon natuurlijk wel worden vervolgd indien hij / zij strafbare feiten pleegde bij de ontsnapping, zoals bv. het gebruik van geweld. Hulp verlenen aan de ontsnapping van gevangenen daarentegen was wel al strafbaar. Door de invoering van deze nieuwe strafbaarstelling worden de bestaande strafbaarstellingen inzake hulp overbodig aangezien deze hulp voortaan als een vorm of deelneming of daderschap zal uitmaken. Zij riskeren voortaan dezelfde straf als de dader.

Met een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar wordt gestraft hij die zich opzettelijk onttrekt:

1° aan de voorlopige hechtenis, de gevangenisstraf of de hem in het kader van een strafrechtelijke procedure opgelegde vrijheidsberovende maatregel door te ontsnappen uit een gevangenis, een inrichting waar een geïnterneerde persoon geplaatst is, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een voertuig van de politie of enige andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken, m.i.v. de beveiligingsassistenten van de politie van de directe beveiliging.

2° aan de controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing bedoeld in de bepaling onder 1°.

Indien het feit wordt gepleegd met geweld of bedreiging wordt het feit gestraft met een gevangenisstraf van 3 jaar tot 5 jaar.

Een poging daartoe zal worden bestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 12 maanden resp. 6 maanden tot 3 jaar.

Het opleggen van een straf wordt echter uitgesloten indien de ontsnapping gebeurde zonder geweld of bedreiging en de ontsnapte zich binnen 48u aanbiedt bij de gevangenis of instelling waar hij verbleef, dan wel bij een politiedienst.